ECLI:NL:RBDHA:2024:22825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks dat eiseres niet ter zitting verscheen en de voorlopige voorziening introk, omdat zij nog steeds procesbelang heeft.
Eiseres betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië niet langer geldt vanwege structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem en verwijst naar rapporten en jurisprudentie. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat eiseres onvoldoende nieuwe feiten heeft aangevoerd om het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro aannemelijk te maken.
Ook haar persoonlijke ervaringen in Kroatië, waaronder detentie zonder eten en drinken, zijn niet voldoende om aan te nemen dat zij bij overdracht een reëel risico loopt. De minister hoefde de aanvraag daarom niet in behandeling te nemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft niet in behandeling, overdracht aan Kroatië blijft mogelijk.