Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
17 augustus 2022 heeft de minister verzocht eiseres op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening over te nemen. De Duitse autoriteiten zijn op 19 augustus 2022 met dit verzoek akkoord gegaan. Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening, dient de minister eiseres uiterlijk binnen zes maanden over te dragen aan de Duitse autoriteiten. Naar aanleiding hiervan heeft de minister de asielaanvraag van eiseres bij besluit van 13 december 2022 niet in behandeling genomen. Eiseres had uiterlijk op
19 februari 2023 aan de Duitse autoriteiten moeten worden overgedragen. Uit het dossier blijkt dat eiseres niet tijdig is overgedragen. De rechtbank stelt vast dat de minister per
20 februari 2023 verantwoordelijk is geworden voor de asielaanvraag van eiseres. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres op 5 april 2023 een nieuwe asielaanvraag heeft ingediend.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.