ECLI:NL:RVS:2020:2296
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afhankelijkheidsrelatie in Dublinprocedure asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling, omdat Letland verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. De vreemdeling, die psychotische klachten heeft en afhankelijk is van mantelzorg door haar zoon, stelde dat er een afhankelijkheidsrelatie bestond waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de aanvraag in behandeling moest worden genomen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat haar zoon als enige de benodigde zorg kon verlenen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de afhankelijkheidsrelatie te ruim had geïnterpreteerd. Uit de medische stukken bleek niet dat de zoon niet of moeilijk door anderen kon worden vervangen. Ook was niet gebleken dat zijn aanwezigheid noodzakelijk was voor het slagen van de behandeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.