ECLI:NL:RBDHA:2024:214
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en de voorlopige voorziening eerder toegewezen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en dat het niet wachten op een claimakkoord van Kroatië gerechtvaardigd is gezien de korte termijnen in Dublinzaken. Uit Eurodac blijkt dat eiseres een asielaanvraag in Kroatië heeft ingediend, wat de basis vormt voor de overdracht.
Eiseres betoogt dat Kroatië zich niet daadwerkelijk verantwoordelijk houdt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege risico's op pushbacks, maar de rechtbank volgt de meervoudige kamer en stelt dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft gedaan en dat Kroatië haar internationale verplichtingen nakomt.
Het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege zwangerschap en eerdere mishandeling faalt omdat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat haar medische toestand door overdracht aanzienlijk zal verslechteren. De rechtbank bevestigt dat Kroatië in staat is medische zorg te bieden en dat de overdracht kan worden opgeschort bij medische noodzaak.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.