ECLI:NL:RBDHA:2024:21346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse niet-praktiserende moslim wegens onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Afghaan die niet-praktiserend moslim is en vanuit Nederland een asielaanvraag indiende, vreesde bij terugkeer in Afghanistan vervolging door de Taliban vanwege zijn levensstijl en geloofspraktijk. Na eerdere afwijzingen en een opvolgende aanvraag werd zijn verzoek door de minister afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. De minister had terecht geoordeeld dat het niet-praktiseren van de islam en de verwestering van eiser niet leiden tot een vluchtelingenstatus, omdat dit gedrag niet gebaseerd is op een politieke overtuiging of geloofsverandering.
Ook het argument dat het verblijf in een westers land een verhoogd risico zou opleveren, werd verworpen op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank vond dat eiser geen individuele omstandigheden had aangevoerd die een verhoogd risico aannemelijk maken.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen was niet-ontvankelijk, maar het beroep tegen het inhoudelijke besluit werd ongegrond verklaard. Eiser moet onmiddellijk vertrekken en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser moet onmiddellijk vertrekken.