ECLI:NL:RBDHA:2024:21300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft op 29 oktober 2024 de zaak behandeld en beoordeelt of de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Kroatië wordt vertrouwd de internationale verplichtingen na te komen. Eiser voert aan dat hij in Kroatië slechte ervaringen heeft opgedaan, waaronder detentie en pushbacks, en dat de minister een onderzoekplicht heeft om dit te verifiëren.
De rechtbank overweegt dat de minister in beginsel mag vertrouwen op Kroatië, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. De door eiser aangevoerde informatie, waaronder het AIDA-rapport, uitspraken van Duitse en Nederlandse rechtbanken en rapporten van het Centre for Peace Studies, is onvoldoende om een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is, het besluit van de minister rechtmatig is en dat eiser mag worden overgedragen aan Kroatië. Er is geen sprake van een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft in stand.