ECLI:NL:RBDHA:2024:21048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet
De eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat het besluit onrechtmatig was vanwege het niet horen in een taal die hij verstaat, het ontbreken van toegang tot open lucht en de gemengde opvang van mannen en vrouwen.
De rechtbank constateert een schending van het verdedigingsbeginsel omdat eiser voorafgaand aan de maatregel niet is gehoord. Echter leidt deze schending niet automatisch tot onrechtmatigheid; een belangenafweging is vereist. De rechtbank oordeelt dat eiser niet daadwerkelijk is belemmerd in zijn mogelijkheid zich te verweren en dat dit de uitkomst van de procedure niet had kunnen beïnvloeden.
Verder overweegt de rechtbank dat klachten over de feitelijke detentieomstandigheden, zoals toegang tot open lucht en gescheiden opvang, niet in deze procedure aan de orde kunnen komen, maar via een andere rechtsgang moeten worden behandeld. Gezien het ontbreken van bewijs dat de maatregel onrechtmatig is, wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.