ECLI:NL:RBDHA:2024:2103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Duitsland vanwege structurele en systematische tekortkomingen in de opvangvoorzieningen, onderbouwd met het AIDA-rapport Update 2022. Hij verwees naar overbezetting, achterstanden, gebrek aan privacy, en ontoereikende toegang tot gezondheidszorg en sociale bijstand. Tijdens de zitting bleek echter dat eiser zelf niet in Duitse opvangvoorzieningen verbleef, maar op een politiebureau in slechte omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede op basis van eerdere jurisprudentie. Eiser heeft onvoldoende objectieve aanknopingspunten geleverd om aan te tonen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het AIDA-rapport toont wel moeilijkheden, maar geen systeemfouten die een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro rechtvaardigen. Het is aan eiser om klachten over de opvang in Duitsland bij de Duitse autoriteiten in te dienen.
Daarom blijft het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.