ECLI:NL:RBDHA:2024:2087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring wegens onvoldoende medische onderbouwing en voldoende voortvarendheid staatssecretaris
Eiser, van Ghanese nationaliteit, is sinds 25 oktober 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 16 februari 2024.
Eiser voerde aan dat hij ernstige psychische problemen heeft die eerst behandeld moeten worden voordat hij kan meewerken aan uitzetting. Tevens stelde hij dat er geen zicht is op uitzetting naar Ghana en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt, waardoor het voortduren van de maatregel onrechtmatig en willekeurig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn medische en psychische gesteldheid niet met stukken had onderbouwd, waardoor niet is gebleken dat hij detentieongeschikt is. Verder is vastgesteld dat er wel zicht is op uitzetting naar Ghana en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer. De staatssecretaris werkt actief en voldoende voortvarend aan de uitzetting, zoals blijkt uit de lp-aanvraag en meerdere rappelleringen aan de Ghanese autoriteiten.
Het betoog van eiser dat het voortduren van de maatregel in strijd is met het verbod van willekeur faalt, omdat geen redelijke belangenafweging ontbreekt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.