ECLI:NL:RBDHA:2024:20816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in bezwaar tegen afwijzing GVVA-aanvraag met bijzondere aanpak
Verzoeker, een Surinaamse nationaliteit dragende natuurkunde- en NASK-docent, heeft een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) aangevraagd die is afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Hij maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat verzoeker momenteel feitelijk rechtmatig verblijf kan voortzetten en er geen aanwijzingen zijn voor uitzetting op korte termijn. Ook andere omstandigheden, zoals de steun van de werkgever, wegen niet mee voor spoed.
Gezien de bijzondere situatie waarbij de belangen van de school en kwetsbare leerlingen spelen, beveelt de voorzieningenrechter overleg tussen verweerder, verzoeker, diens gemachtigde en het UWV aan om te zoeken naar een vreemdelingenrechtelijk aanvaardbare oplossing, bijvoorbeeld het doorlopen van het mvv-traject vanuit Suriname tijdens schoolvakanties.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.