ECLI:NL:RBDHA:2024:20747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens recidive en openbare orde
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn verblijfsrecht te beëindigen en hem ongewenst te verklaren. Verweerder had het verblijfsrecht beëindigd omdat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, onder meer vanwege meerdere onherroepelijke veroordelingen voor lichte maar veelvuldige vermogensdelicten.
Eiser betoogde dat hij geen gevaar vormt voor de samenleving en dat beëindiging van zijn verblijfsrecht en de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk is zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft. Het beroep tegen de ongewenstverklaring werd inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht rekening heeft gehouden met de aard, het aantal en de impact van de strafbare feiten, en dat eiser geen positieve gedragsverandering heeft laten zien. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals geringe binding met Nederland, rechtvaardigen het besluit. Het beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.