Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende op 16 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Dit volgde uit het feit dat eiser een visum had dat geldig was tot 29 oktober 2023, en Zwitserland het verzoek tot overname had aanvaard.
Eiser voerde aan dat het visum meer dan zes maanden was verlopen en dat niet alle persoonlijke omstandigheden in het voornemen waren betrokken. Ook stelde hij dat de toetsing op artikel 17 van Pro de Dublinverordening onduidelijk was en dat overdracht aan Zwitserland zijn situatie zou verergeren vanwege gevaar voor zijn gezin in Jemen.
De rechtbank oordeelt dat het visum geldig was tot 29 oktober 2023 en dat op het moment van de asielaanvraag nog geen zes maanden waren verstreken. De persoonlijke omstandigheden zijn voldoende betrokken in het besluit, en eiser heeft de mogelijkheid gehad om te reageren. De rechtbank bevestigt het interstatelijke vertrouwensbeginsel en ziet geen aanwijzingen dat overdracht aan Zwitserland leidt tot een onrechtmatige behandeling of disproportionele hardheid.
Daarom is het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.