ECLI:NL:RVS:2024:5306

Raad van State

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
202407678/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Zwitserland

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 1 oktober 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 december 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarnaast werd geoordeeld dat de voorgenomen overdracht aan Zwitserland geen onomkeerbare gevolgen heeft, omdat de vreemdeling in geval van een gunstige uitspraak in hoger beroep vanuit Zwitserland kan worden teruggeleid naar Nederland.

Gezien de belangen van zowel de minister als de vreemdeling werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 18 december 2024 door voorzieningenrechter C.M. Wissels.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht van de vreemdeling aan Zwitserland wordt afgewezen.

Uitspraak

202407678/2/V3.
Datum uitspraak: 18 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 2 december 2024 in zaak nr. NL24.38825 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 2 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht aan Zwitserland op 19 december 2024 achterwege blijft, dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. De overdracht van de vreemdeling aan Zwitserland heeft geen onomkeerbare gevolgen. Mocht uiteindelijk blijken dat Nederland verantwoordelijk moet worden geacht voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, dan kan de vreemdeling vanuit Zwitserland worden teruggeleid naar Nederland.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2024
846