ECLI:NL:RVS:2024:5306
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Zwitserland
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 1 oktober 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 december 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarnaast werd geoordeeld dat de voorgenomen overdracht aan Zwitserland geen onomkeerbare gevolgen heeft, omdat de vreemdeling in geval van een gunstige uitspraak in hoger beroep vanuit Zwitserland kan worden teruggeleid naar Nederland.
Gezien de belangen van zowel de minister als de vreemdeling werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 18 december 2024 door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht van de vreemdeling aan Zwitserland wordt afgewezen.