ECLI:NL:RBDHA:2024:1882
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser, een Syrische asielzoeker, tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat Spanje tekortschiet in de opvang en asielprocedure, verwijzend naar medische problematiek, detentie en het ontbreken van opvang, en stelde dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Ook stelde hij dat artikel 9 van Pro de Dublinverordening (gezinshereniging) van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom Spanje verantwoordelijk is en dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel in deze zaak terecht wordt toegepast. De aangevoerde rapporten en persoonlijke omstandigheden van eiser bieden onvoldoende concrete aanwijzingen om het vertrouwen in Spanje te doorbreken. Daarnaast is artikel 9 Dublinverordening Pro niet van toepassing omdat de broer van eiser geen minderjarig gezinslid is.
Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.