ECLI:NL:RBDHA:2024:18427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielvergunning wegens poging tot doodslag niet gerechtvaardigd
Eiser, afkomstig uit Kosovo, kreeg in 2003 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Na meerdere veroordelingen, waaronder een poging tot doodslag in 2020 waarvoor hij 24 maanden gevangenisstraf kreeg, trok de minister zijn asielvergunning in en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op.
De kern van het geschil was of de poging tot doodslag een 'bijzonder ernstig misdrijf' vormt, rechtvaardigend voor intrekking. De rechtbank hanteerde de criteria uit recente arresten van het Hof van Justitie, waaronder de zwaarte van de straf en de impact op de rechtsorde.
De rechtbank concludeerde dat poging tot doodslag, met een maximale straf van tien jaar en een opgelegde straf aan de onderkant van de richtlijn, niet voldoet aan de criteria voor een bijzonder ernstig misdrijf. Hierdoor was de intrekking van de vergunning onterecht.
De rechtbank liet de vraag of eiser een gevaar vormt voor de samenleving onbeantwoord en vernietigde het bestreden besluit. Tevens veroordeelde zij de minister tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de asielvergunning en oplegging van terugkeerbesluit en inreisverbod.