ECLI:NL:RBDHA:2024:18414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 24 oktober 2024 behandeld en beoordeelt of de minister terecht heeft gehandeld.
De rechtbank stelt vast dat Nederland een verzoek tot terugname aan Polen heeft gedaan en dat Polen dit verzoek heeft aanvaard. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege zijn persoonlijke ervaringen met mishandeling, onrechtmatige detentie en pushbacks in Polen. Ook stelt hij dat de minister zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen mag worden toegepast, mede op basis van recente jurisprudentie en rapporten. De persoonlijke omstandigheden van eiser en de aangevoerde rapporten leiden niet tot een ander oordeel. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser onrechtmatig gedetineerd zal worden of dat hij geen effectief rechtsmiddel heeft. De minister hoefde de aanvraag niet aan zich te trekken op grond van artikel 17. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.