ECLI:NL:RBDHA:2024:18049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 juli 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt voort en de minister heeft de rechtbank op 23 oktober 2024 hiervan in kennis gesteld, wat gelijkstaat aan een beroep van eiser tegen de voortzetting.
De rechtbank heeft eerder op 2 augustus 2024 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was en beoordeelt nu alleen de rechtmatigheid vanaf 30 juli 2024. Eiser stelt dat het zicht op uitzetting ontbreekt omdat zijn identiteit in Marokko onbekend is en hij geen identiteitsdocumenten bezit, waardoor geen laissez-passer zal worden verstrekt. Ook voert eiser aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt en dat dit ook voor eiser geldt. Er is een laissez-passer aanvraag gedaan en de Marokkaanse autoriteiten onderzoeken aanvragen op basis van vingerafdrukken. Het ontbreken van reactie betekent niet dat geen laissez-passer zal worden afgegeven. De minister heeft bovendien maandelijks gerappelleerd en vertrekgesprekken gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont. Eiser heeft niet voldoende meegewerkt aan zijn uitzetting.
De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van de rechtmatigheid van de maatregel en verklaart het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.