ECLI:NL:RBDHA:2024:17306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens internationale bescherming in Kroatië en toepassing interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Eritrese nationaliteit, diende op 15 oktober 2024 een asielaanvraag in in Nederland. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser internationale bescherming geniet in Kroatië en daar een geldige verblijfsvergunning heeft tot mei 2027.
Eiser voerde aan dat de situatie in Kroatië voor statushouders ernstig tekortschiet, met problemen op het gebied van huisvesting, financiële ondersteuning, medische zorg en taalverwerving. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2023 en een rapport van de Office for Human Rights and Rights of National Minorities uit 2022.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel van toepassing is, waardoor de minister mag uitgaan van het feit dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen met concrete aanwijzingen. De rapporten toonden wel tekortkomingen, maar geen extreme armoede of ontberingen die leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Kroatië onmenselijk behandeld zal worden. Ook de stelling dat eiser een bijzonder kwetsbare persoon is, werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Kroatië.