ECLI:NL:RBDHA:2024:16951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende op 9 februari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder op 20 januari 2024 in Kroatië een asielverzoek had ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag in Nederland niet in behandeling en verzocht Kroatië om terugname, wat werd geaccepteerd.
Eiser stelde dat het claimverzoek te laat was ingediend en dat Nederland daardoor verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend binnen de termijnen van de Dublin- en Eurodacverordening. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt nog steeds voor Kroatië, ondanks betwisting door eiser op basis van persoonlijke ervaringen en rapporten.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in Kroatië die een overdracht zouden verbieden. Ook waren er geen bijzondere, individuele omstandigheden die een onverplichte behandeling van de aanvraag door Nederland rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.