Partijen, informeel samenwonenden zonder samenlevingsovereenkomst, kochten samen een woning tijdens hun relatie die in 2022 eindigde. Na het vertrek van de vrouw uit de woning vorderden beiden de verdeling van de woning; de man wilde de woning toebedeeld krijgen, de vrouw wilde verkoop aan een derde met verdeling van de opbrengst.
De rechtbank oordeelde dat de man de mogelijkheid krijgt de woning over te nemen binnen drie maanden na taxatie, mits hij kan aantonen de volledige eigendom te verkrijgen en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld ontslaat. Indien dit niet lukt, zal de woning aan een derde worden verkocht met verdeling van de opbrengst.
Verder behandelde de rechtbank vorderingen tot vergoedingen. Tijdens de relatie bestond een impliciete afspraak dat de man de woningkosten droeg en de vrouw de dagelijkse boodschappen. Na beëindiging van de relatie geldt deze afspraak niet meer. De vrouw moet vanaf dat moment bijdragen aan de helft van het aflossingsdeel van de hypotheek en een deel van de overlijdensrisicoverzekering. Vorderingen over andere kosten en goederen werden afgewezen of toegewezen tot teruggave van roerende zaken.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.