ECLI:NL:RBDHA:2024:16634
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening, welke eveneens is afgewezen.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Eiser stelde dat in Spanje sprake is van moslimdiscriminatie en islamfobie, waardoor het vertrouwen in Spanje ontbreekt. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en actueel, mede gelet op eerdere jurisprudentie en rapporten. Ook de medische situatie van eiser, onderbouwd met een GZA-overzicht, is onvoldoende om een uitzondering te maken op de overdracht.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en wijst het beroep ongegrond. De voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening afgewezen.