Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot verlenging van de overdrachtstermijn voor zijn overdracht aan Kroatië op grond van de Dublinverordening. De minister had de termijn verlengd tot 18 maanden omdat eiser ondergedoken zou zijn, gebaseerd op een melding dat hij met onbekende bestemming was vertrokken van het asielzoekerscentrum.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eiser ondergedoken is, omdat hij geen adres heeft opgegeven en buiten bereik van de autoriteiten is gebleven. De stelling van eiser dat hij het AZC had verlaten na uitprocedering en dit had gemeld, werd onvoldoende onderbouwd.
Echter, het besluit tot verlenging is niet deugdelijk gemotiveerd: het vermeldt niet de duur van de verlenging, de nieuwe uiterlijke overdrachtsdatum, en de onderbouwing werd pas later aan het dossier toegevoegd. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit, maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand vanwege het feitelijke onderduiken van eiser.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan eiser van €1.750,-. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met behoud van rechtsgevolgen.