ECLI:NL:RBDHA:2024:15998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus - Visschers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinsleven jongvolwassene
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij hun zoon (referent). De minister had de aanvraag aanvankelijk afgewezen en dit besluit gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank had eerder het besluit van 9 mei 2023 vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
In het bestreden besluit heeft de minister opnieuw de aanvraag afgewezen, met de overweging dat referent als jongvolwassene kan worden aangemerkt en dat het belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan het belang van eisers en referent om hun gezinsleven in Nederland voort te zetten. De rechtbank toetst of de minister alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en of de belangenafweging een fair balance vormt.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft meegewogen dat referent zelfstandig functioneert, al enkele jaren in Nederland woont zonder eisers, en dat het contact op afstand is. Ook is meegewogen dat referent een uitkering ontvangt, maar onvoldoende middelen heeft om in het levensonderhoud van eisers te voorzien, en dat eisers een beroep zullen doen op de openbare kas. De banden met Syrië wegen niet zwaar vanwege de onveilige situatie daar. De rechtbank concludeert dat de belangenafweging voldoende gemotiveerd is en het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.