ECLI:NL:RBDHA:2023:20511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor hun zoon, de referent, die houder is van een asielvergunning en de Syrische nationaliteit bezit. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen op 29 september 2021, en het bezwaar op 9 mei 2023 werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 5 oktober 2023 behandeld en concludeert dat de staatssecretaris niet alle relevante belangen en feiten in de belangenafweging heeft betrokken. Hoewel de staatssecretaris erkent dat sprake is van familie- en gezinsleven op grond van het jongvolwassenenbeleid, heeft hij onterecht geconcludeerd dat de economische belangen van de staat zwaarder wegen dan de belangen van eisers en referent.
De rechtbank benadrukt dat de staatssecretaris bij de belangenafweging alle relevante feiten, waaronder de afhankelijkheid van de referent en de intensiteit van het gezinsleven, in onderlinge samenhang moet meenemen. Dit is in het bestreden besluit onvoldoende gebeurd, waardoor de belangenafweging ondeugdelijk is gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de staatssecretaris moet een nieuwe beslissing nemen.