ECLI:NL:RBDHA:2024:15403
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling en schadevergoeding
De minister heeft op 10 april 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel eerder getoetst bij uitspraken in april, juni, juli en augustus 2024. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De minister heeft op 10 september 2024 de bewaring opgeheven.
De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was na het sluiten van het vorige onderzoek op 14 augustus 2024. Eiser betoogde dat de belangenafweging onduidelijk was en dat de bewaring onrechtmatig voortduurde sinds die datum. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft onderbouwd waarom de minister de maatregel eerder had moeten opheffen en dat er geen sprake is van willekeur.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig was tot de datum van opheffing en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.