ECLI:NL:RBDHA:2024:14385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 26 april 2024 is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder beoordeeld bij uitspraken van 14 mei 2024 en 1 juli 2024.
De rechtbank toetst nu alleen de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vooronderzoek op 27 juni 2024. Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht is op verwijdering omdat hij nog niet is gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten en dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen vanwege een periode zonder rappelleren en een incompleet dossier.
De rechtbank oordeelt dat deze gronden niet slagen. Er is voldoende voortvarendheid aangetoond door meerdere rappels en vertrekgesprekken. Het dossier is compleet. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel als onrechtmatig te beoordelen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.