Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 oktober 2022. Verweerder heeft de aanvraag op 20 maart 2024 alsnog ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overweegt dat de beslistermijn op grond van de Dublinverordening en de Vreemdelingenwet pas aanving op 26 april 2023, toen duidelijk werd dat Nederland verantwoordelijk was voor de behandeling. Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 is deze termijn bovendien met negen maanden verlengd tot 26 juli 2024.
Verzoekers ingebrekestelling van 29 januari 2024 was daarom prematuur en het beroep niet-ontvankelijk. Omdat verweerder niet geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen binnen de betekenis van artikel 8:75a Awb, wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 27 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling prematuur was en geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder.