Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Inleiding
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, verwijzend naar zijn eigen ervaringen en rapporten van Dokters van de Wereld.
De rechtbank toetst het beroep aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht mag uitgaan van het vertrouwen dat Kroatië zijn verplichtingen nakomt, tenzij eiser concreet en aannemelijk maakt dat er een reëel risico bestaat op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een onrechtmatige behandeling. Ook de medische stukken bieden geen grond voor toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.