ECLI:NL:RBDHA:2024:12388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Anw-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, sinds 2013 bijstandsgerechtigde en weduwnaar sinds 2020, vroeg een Anw-uitkering aan wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van meer dan 45%. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering op basis van een beoordeling door het UWV, die concludeerde dat eiser minder dan 45% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank toetste de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst en aanvullende rapportages van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Eiser voerde aan dat onvoldoende informatie was ingewonnen bij zijn huisarts en dat hij nooit persoonlijk met een arbeidsdeskundige had gesproken.
De rechtbank oordeelde dat de Svb zich terecht baseerde op het UWV-advies, dat zorgvuldig en deugdelijk was opgesteld. De verzekeringsarts mocht op eigen medische oordeel varen en het ontbreken van een persoonlijk gesprek met de arbeidsdeskundige deed niet af aan de rechtmatigheid van het besluit. Eiser kon onvoldoende aantonen dat hij voor de geduide functies ongeschikt was.
Gelet hierop concludeerde de rechtbank dat eiser minder dan 45% arbeidsongeschikt is en dat de weigering van de Anw-uitkering terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Anw-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser minder dan 45% arbeidsongeschikt is.