ECLI:NL:RBDHA:2024:11095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres verzocht het UWV om herziening van eerdere beslissingen uit 2014 en 2018 over haar WIA-uitkering, stellende dat er nieuwe feiten en omstandigheden zijn die een herbeoordeling rechtvaardigen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van het rapport van een verzekeringsarts die concludeerde dat er geen nieuwe ziekteoorzaak of relevante feiten waren.
Eiseres stelde in beroep dat het besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen omdat zij geen hoorzitting had gekregen en dat een verzekeringsarts in bezwaar geen beoordeling had verricht. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het UWV daarom mocht afzien van een hoorzitting. Tevens bleken de overgelegde stukken geen nieuwe feiten te bevatten.
De rechtbank bevestigde dat de medische stukken en het dossieronderzoek van de verzekeringsarts voldoende waren om het besluit te onderbouwen. De psychische klachten van eiseres waren reeds bekend en niet te herleiden tot dezelfde ziekteoorzaak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV gehandhaafd.