ECLI:NL:RBDHA:2024:11076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres heeft een visum aangevraagd voor kort verblijf in Nederland om haar echtgenoot te bezoeken. De minister wees de aanvraag af omdat er redelijke twijfel bestond over haar voornemen om tijdig terug te keren naar Soedan, mede vanwege onvoldoende sociale en economische binding met haar land van herkomst.
De rechtbank toetste het besluit terughoudend en constateerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een zodanige binding met Soedan heeft dat haar terugkeer gewaarborgd is. Eiseres woont alleen in Soedan, is werkloos en heeft geen zorgverantwoordelijkheden die haar terugkeer afdwingen.
Eiseres stelde dat zij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar en dat de minister onterecht een dwangsom weigerde. De rechtbank oordeelde dat het horen achterwege mocht blijven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat de minister terecht geen dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de visumaanvraag. Het beroep is daarmee definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de visumaanvraag bevestigd.