ECLI:NL:RBDHA:2024:10169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De staatssecretaris heeft op 27 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een ongedocumenteerde Algerijn, op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelde de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 31 mei 2024, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser voerde aan dat er geen reëel zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat hij nog niet persoonlijk is gepresenteerd en hij geen documenten bezit.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, onder meer door het voeren van vertrekgesprekken en het rappelleren op de laissez passer aanvraag. Verder werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser ongedocumenteerd is, in tegenstelling tot een andere Algerijn die wel snel werd gepresenteerd. De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt en dat het opleggen van een lichter middel niet gerechtvaardigd is omdat eiser niet vrijwillig zal terugkeren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.