ECLI:NL:RBDHA:2024:10113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser deed aangifte BPM voor een Volkswagen Golf Variant en gebruikte een taxatierapport voor de waardebepaling. De inspecteur stelde de naheffingsaanslag vast op basis van een rapport van de dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ), waarbij een lagere waardevermindering wegens schade werd gehanteerd dan eiser had opgegeven. Eiser betwistte de hoogte van de aanslag en stelde dat de hoorplicht was geschonden en dat er recht bestond op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende gelegenheid had geboden voor een hoorgesprek en dat de aanslag terecht was opgelegd, maar dat de waardering van de handelsinkoopwaarde moest worden aangepast op basis van de koerslijst Eurotaxglass met een correctie markt- en dealersituatie. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot een bedrag dat rekening houdt met een handelsinkoopwaarde van € 22.480.
Verder werd vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure ruim 2 jaar en 8 maanden duurde, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Eiser kreeg een immateriële schadevergoeding van in totaal € 1.000 toegekend, waarvan € 875 door verweerder en € 125 door de Staat te vergoeden. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over strijdigheid met Unierecht en het beginsel van wapengelijkheid en wees prejudiciële vragen af. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de nieuwe uitspraak trad in de plaats daarvan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag verminderd en immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.