ECLI:NL:RBDHA:2023:9875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoeker met epilepsie geen acute medische noodsituatie
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker met een afgewezen asielaanvraag, maakte aanspraak op voortzetting van opvang na beëindiging van de Rva-verstrekkingen door het COA. Hij stelde dat zijn epilepsie een acute medische noodsituatie veroorzaakte die opvang noodzakelijk maakte.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet viel onder de categorieën vreemdelingen die volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) recht hebben op opvang. De medische documentatie toonde wel klachten en behandeling, maar niet dat het stopzetten van opvang tot een acute medische noodsituatie zou leiden. De rechtbank verwees naar artikel 10 lid 2 van Pro de Vreemdelingenwet, dat medische zorg garandeert buiten opvang.
Eisers beroep op het EVRM en het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen verplichting tot huisvesting volgt uit het EVRM en geen gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt op voortzetting van opvang na definitieve afwijzing van het uitstel van vertrek. Ook het ontbreken van een voornemen tot beëindiging en een weggelaten passage in het besluit leidde niet tot onzorgvuldigheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opvang is ongegrond verklaard omdat geen acute medische noodsituatie is aangetoond.