ECLI:NL:RVS:2018:1015
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over opvang en huisvesting vreemdeling na beëindiging opvang COa
De vreemdeling had na het verkrijgen van een zelfstandige verblijfsstatus een aanvraag ingediend om opnieuw tot de opvang te worden toegelaten, welke door het COa werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat het COa opnieuw verantwoordelijk was voor opvang en bemiddeling naar passende huisvesting.
Het COa stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte het voorafgaande aan het besluit had betrokken en dat de verantwoordelijkheid voor huisvesting inmiddels bij de gemeente lag. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling ten tijde van het besluit nog niet formeel gescheiden was, maar dat de opvangverantwoordelijkheid van het COa was geëindigd bij de statusverlening en dat de echtelijke woning als passende huisvesting gold.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onterecht gewicht had toegekend aan het vermeende onzorgvuldig handelen van het COa en vernietigde de uitspraak. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard, waarmee het COa geen opvang of bemiddeling meer hoeft te verlenen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor het COa niet meer verantwoordelijk is voor opvang en bemiddeling.