ECLI:NL:RVS:2014:597
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag opvang vreemdeling met medische klachten
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees op 26 september 2011 de aanvraag van een vreemdeling om opvang af op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat het COa een nieuw besluit moest nemen. Het COa wees de aanvraag opnieuw af op 2 augustus 2012. De vreemdeling stelde dat hij vanwege aids en psychische klachten een kwetsbare persoon is en aanspraak maakt op opvang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het COa niet gehouden is opvang te verlenen buiten de regeling, tenzij sprake is van een acute medische noodsituatie. Uit de medische stukken bleek dat de vreemdeling HIV, histoplasmose en andere aandoeningen heeft, maar dat zonder opvang geen acute medische noodsituatie ontstaat omdat hij aanspraak heeft op noodzakelijke medische zorg buiten opvang.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het COa kennelijk ongegrond. Tevens oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen recht kan ontlenen aan het EVRM of andere internationale verdragen voor opvang in deze situatie. Het COa werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €487,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag opvang door het COa wegens het ontbreken van een acute medische noodsituatie.