ECLI:NL:RBDHA:2023:9084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor familieleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was gebleken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar meerderjarige zoon (referent) en ook geen hechte persoonlijke banden met haar (stief)kleinkinderen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de identiteit en familierechtelijke relatie heeft vastgesteld, maar dat de feitelijke samenwoning en afhankelijkheid onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Medische verklaringen gaven geen duidelijkheid over de benodigde zorg en er was sprake van thuiszorg en hulp door derden. Financiële ondersteuning werd als normale ouder-kind relatie beoordeeld. De belangenafweging door de staatssecretaris, waarbij het algemeen belang van de Nederlandse staat zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiseres, werd niet onzorgvuldig bevonden.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro en dat de belangenafweging een fair balance vormt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor familieleven wordt bevestigd.