ECLI:NL:RVS:2022:345
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering machtiging voorlopig verblijf ondanks gezinshereniging en medische omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank die de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan een ernstig zieke Palestijnse vreemdeling bevestigde. De vreemdeling, woonachtig in een Syrisch vluchtelingenkamp, heeft een zoon met de Nederlandse nationaliteit die sinds 2007 voor haar zorgt.
De rechtbank oordeelde dat er meer dan gebruikelijke banden bestaan tussen de vreemdeling en haar zoon en dat er een objectieve belemmering is om het gezinsleven in Syrië voort te zetten. De staatssecretaris stelde dat het economisch belang van Nederland prevaleert vanwege de te verwachten zorgkosten. De rechtbank vond dat de belangenafweging niet zorgvuldig was gemaakt en dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met de emotionele afhankelijkheid en de zorg die de zoon biedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het belang van de vreemdeling om herenigd te worden met haar zoon zwaarder weegt dan het algemene economische belang. Gezien de hoge leeftijd en medische situatie van de vreemdeling beveelt de Afdeling dat de staatssecretaris binnen twee weken de mvv verleent. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt de staatssecretaris binnen twee weken de machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.