ECLI:NL:RBDHA:2023:8761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en verrekening eindafrekening na ontslag ambtenaar
Eiseres was ambtenaar bij de gemeente Westland en haar dienstverband eindigde op 20 december 2017. Verweerder stelde een eindafrekening op waarin openstaande verlofuren werden verrekend met een vordering wegens pensioenpremies. Eiseres betwistte de bevoegdheid tot verrekening en de juistheid van de berekening, mede omdat zij meent dat het ontslag niet rechtsgeldig is en dat zij niet op de hoogte was gesteld van een vordering.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond is verklaard en dat hoger beroep geen opschortende werking heeft op de bevoegdheid van verweerder om de eindafrekening te maken. De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de vraag of de verrekening rechtmatig is en of de systematiek juist is toegepast.
Op grond van artikel 117 Ambtenarenwet Pro (oud) is verrekening van openstaande vorderingen met bezoldiging toegestaan. De uitbetaling van verlofuren wordt als bezoldiging aangemerkt. De vordering van verweerder betreft pensioenpremies die eiseres volgens het ABP-reglement moest afdragen. De rechtbank verwerpt het betoog dat de verrekening in strijd is met de beslagvrije voet omdat het hier een nabetaling betreft.
De rechtbank acht het begrijpelijk dat verweerder heeft verrekend en dat de lastige situatie van eiseres geen reden is om af te zien van verrekening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de eindafrekening na ontslag wordt ongegrond verklaard en de verrekening is rechtmatig.