ECLI:NL:RBDHA:2023:8760
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening vorderingen bij uitbetaling opgebouwde verlofuren ambtenaar
Eiseres, een ambtenaar van de gemeente Westland, vordert in deze bestuursrechtelijke procedure de niet-verrekening van vorderingen bij de uitbetaling van haar opgebouwde verlofuren. De gemeente had vorderingen wegens loonheffing, WLBZ-korting en pensioenpremies verrekend met het uit te betalen verlofsaldo.
De rechtbank stelt vast dat de discussie over het aantal verlofuren en de rechtmatigheid van de salarisstoppen in andere procedures worden behandeld en dat deze procedure zich beperkt tot de vraag of de verrekening rechtmatig is en of de systematiek juist is toegepast. De rechtbank oordeelt dat de uitbetaling van verlofuren gelijkgesteld moet worden met bezoldiging en dat artikel 117 van Pro de Ambtenarenwet (oud) een wettelijke grondslag biedt voor verrekening van openstaande vorderingen.
Eiseres betoogt onder meer dat de vorderingen te laat zijn ingediend en dat de hoorplicht is geschonden. De rechtbank verwerpt deze bezwaren: de jurisprudentie over tijdigheid ziet op onverschuldigde betalingen en eiseres heeft zelf de hoorzitting geannuleerd. Ook het evenredigheidsbeginsel wordt niet geschonden, aangezien verweerder gerechtigd was tot verrekening en eiseres een aanzienlijk bedrag heeft ontvangen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat verweerder bevoegd was tot verrekening van de vorderingen met de uitbetaling van de verlofuren.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verrekening van vorderingen bij uitbetaling van verlofuren wordt ongegrond verklaard.