ECLI:NL:RBDHA:2023:8266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
De staatssecretaris heeft op 25 december 2022 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld via telehoor en het onderzoek gesloten op 2 juni 2023.
Eiser voerde aan dat hij geen vluchtgevaar vormt, geen risico voor de openbare orde is en dat er geen rechtvaardiging bestaat voor de voortzetting van zijn vrijheidsontneming. Hij stelde dat de staatssecretaris geen voortvarendheid betracht en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de maatregel eerder rechtmatig was beoordeeld en dat eiser geen nieuwe feiten had aangedragen om dit te wijzigen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld door onder meer het voeren van vertrekgesprekken en het schriftelijk rappelleren op de laissez-passer aanvraag. Er is zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, mede gebaseerd op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser belemmert zijn uitzetting door niet mee te werken, waardoor de voortzetting van de bewaring voor zijn rekening komt.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is gebleven sinds het sluiten van het vorige onderzoek en wees het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.