ECLI:NL:RBDHA:2023:7989
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense onderdaan verblijvend in Rusland
Verzoekster, een Oekraïense onderdaan die sinds 2017 of 2018 in Rusland verbleef, verzocht om tijdelijke bescherming in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit af omdat zij niet viel onder de doelgroep zoals omschreven in het Uitvoeringsbesluit en het Voorschrift Vreemdelingen. Verzoekster stelde dat zij feitelijk ontheemd was en onder de doelstelling van het Uitvoeringsbesluit viel, mede vanwege haar gezinsbanden in Nederland.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet viel onder de doelgroep die aanspraak maakt op tijdelijke bescherming, omdat zij niet vóór 24 februari 2022 in Oekraïne verbleef, niet ná 26 november 2021 Oekraïne ontvlucht was en niet in de relevante periode naar de EU was gereisd. Ook de gezinsrelatie bood geen grond voor bescherming. Hoewel het bestreden besluit motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken vertoonde, achtte de rechter deze herstelbaar bij bezwaar zonder dat dit tot een andere uitkomst zou leiden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verleende vrijstelling van griffierecht. Verzoekster heeft rechtmatig verblijf in Nederland op basis van een lopende asielaanvraag en kan bij haar ouders verblijven. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor tijdelijke bescherming wordt afgewezen omdat verzoekster niet tot de doelgroep behoort.