Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Vertrokken uit Oek. 24-11-21 om te werken in Polen, sinds maart 2022, 2 maanden in Oek. Is niet meer teruggekeerd na 24-11-21 en heeft in feb 2022 een aanvraag gedaan voor een Poolse verblijfsvergunning. Valt derhalve niet onder de Rtb.” Verzoekster krijgt daarom geen verblijfssticker en/of Ontheemden document (O-document). Verzoekster kan daarom geen aanspraak (meer) maken op de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde. Ook heeft verweerder aangegeven dat de gemeente zal worden bericht dat verzoekster niet als tijdelijk beschermde wordt aangemerkt, waarbij de gemeente haar nader zal informeren over de consequenties daarvan voor het recht op opvang en voorzieningen. Tot slot heeft verweerder medegedeeld dat, indien verzoekster asiel wil aanvragen, de IND die aanvraag in behandeling zal nemen en dat zij gedurende de behandeling van die aanvraag ook recht op opvang heeft bij het COA. Als zij besluit geen asielaanvraag in te dienen, moet verzoekster Nederland in beginsel verlaten. Zij ontvangt dan ook geen opvang en voorzieningen.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoekster tot vier weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar dient te worden behandeld alsof zij voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG in aanmerking is gebracht en schorst (in zoverre) het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €1.674,00.