ECLI:NL:RBDHA:2023:7759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ernstige 1F-gedragingen en gevaar voor openbare orde
De zaak betreft de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor betrokkene, een Afghaanse man, die vanwege ernstige gedragingen zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag wordt beschouwd als een gevaar voor de openbare orde. De aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard, waarna eiseres beroep instelde.
De rechtbank overweegt dat de eerdere asielaanvraag van betrokkene in 2004 terecht is afgewezen en dat de 1F-gedragingen niet zijn herzien. Verweerder heeft een individuele belangenafweging gemaakt, waarbij hij de ernst van de misdrijven, het tijdsverloop, en de kennis van de Nederlandse partner heeft betrokken. De sociale en culturele banden van betrokkene met Afghanistan zijn sterker dan met Nederland.
Eiseres voerde onder meer aan dat het inburgeringsvereiste ten onrechte werd toegepast, dat de asielbeschikking herzien moest worden, en dat de belangenafweging niet evenredig was. De rechtbank verwierp deze gronden, oordeelde dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het gezinsleven, en dat het besluit en het beleid niet onevenredig zijn. De medische omstandigheden en de situatie in Afghanistan leidden niet tot afwijking van het besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskosten toe aan verweerder. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 26 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ernstige 1F-gedragingen en het gevaar voor de openbare orde.