ECLI:NL:RBDHA:2023:6021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 21 juli 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn verlengde tot zes maanden, met een uiterste beslisdatum van 21 januari 2023. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres stelde de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke op 2 februari 2023 en diende op 8 maart 2023 tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en de wettelijke termijnen zijn overschreden.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eiseres toegekend. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €184.
De uitspraak benadrukt het bijzondere karakter van aanvragen tot gezinshereniging bij houders van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de langere termijn. Hiermee wordt beoogd de naleving van wettelijke voorschriften te waarborgen en de belangen van de minderjarige kinderen van eiseres te beschermen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.