Uitspraak
Beschikking op het op 9 september 2020 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker1] ,
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats1] ,
[naam 1] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 24 september 2020, met bijlage, van verzoeker;
- het bericht van 16 november 2020 van de ambtenaar;
- het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 25 november 2020;
- het bericht van 4 december 2020, met bijlage, van verzoeker;
- het bericht van 19 februari 2021 van verzoeker;
- het bericht van 25 februari 2021 van verzoeker;
- het bericht van 4 maart 2021, met bijlage, van verzoeker;
- de instemmingsverklaring van [naam 1] van 11 februari 2022;
- het bericht van 20 mei 2022 van verzoeker.
- verzoeker, bijgestaan door mr. Van der Tol en een tolk [tolk] ;
- [naam medewerker] , namens de ambtenaar;
- [naam medewerker 2] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
- het bericht van 10 februari 2023, met bijlagen, van verzoeker;
- het bericht van 27 maart 2023 van verzoeker.
Feiten
- Verzoeker is op [datum huwelijk 1] 2016 te [plaats 3] , Zuid-Afrika , gehuwd met [naam 1] .
- Verzoeker en [naam 1] zijn beiden van het mannelijk geslacht en hadden een kinderwens. Zij hebben daarom gekozen voor een draagmoederschapstraject in Zuid-Afrika , waar zij destijds woonachtig waren.
- Via de [kliniek] in [plaats 1] , in Zuid-Afrika zijn verzoeker en [naam 1] in contact gekomen met [naam] .
- [naam] heeft zich bereid verklaard om als draagmoeder op te treden. [verzoeker1] , [naam 1] en [naam4] hebben in 2014 een “ Surrogate Motherhood Agreement” ondertekend. In de agreement zijn [naam4] , [verzoeker1] en [naam 1] onder meer overeengekomen:
“8.1 In terms of section 297(1) of the Act any child born of a surrogate mother in accordance with this agreement is for all purposes the child of the commissioning parents, the surrogate mother agrees that it is in the best interest of the child that both of the commissioning parents be awarded full parental responsibility and rights in respect of the said child immediately upon its birth.
- Tussen [naam] en haar voormalige echtgenoot [naam7] is op [datum 1] 2015 in de zaak met casenumber [nummer 1] de echtscheiding uitgesproken door de High Court of South Africa, [provincie] Local Division, [plaats 2] .
- Op [datum 3] 2015 heeft de High Court of South Africa, [provincie] Local Division, [plaats 3] in de zaak met casenumber [nummer 2] , voorzien van een apostille conform het Verdrag van ’s-Gravenhage van 5 oktober 1961, het volgende geoordeeld:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum1] 2016 te [geboorteplaats1] , Zuid-Afrika ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum2] 2017 te [geboorteplaats1] , Zuid-Afrika .
- Verzoeker is op [datum huwelijk 2] 2019 te [huwelijksplaats] , Zuid-Afrika , gehuwd met [naam11] .
- Sinds november 2019 wonen verzoeker, [naam11] en de kinderen in Nederland.
- Verzoeker en de kinderen bezitten volgens de Basisregistratie Personen (BRP) de Zuid-Afrikaanse nationaliteit.
- [naam12] heeft op [datum 6] 2020 – voor zover hier van belang – onder ede bij [naam13] , Notary public in [plaats 1] , [plaats 3] , het volgende verklaard:
- Blijkens de deskundigenrapportage van [organisatie] van [datum 7] 2022 is het praktisch bewezen dat verzoeker de biologische vader is van zowel [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
- Dr. [naam15] , arts bij de [kliniek] in [plaats 1] in Zuid-Afrika , heeft op [datum 8] 2022 – voor zover hier van belang – onder ede bij [naam16] , Notary public in [provincie] , verklaard: