Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 10 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
Eiser voert verder aan dat verweerder ten onrechte zijn herkomst en nationaliteit ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder miskent dat eiser zowel Tigrinya, Tigre en Arabisch spreekt. Dit zijn talen die in Eritrea worden gesproken. Ook heeft eiser juiste verklaringen afgelegd over zijn herkomstgebied. Deze omstandigheden tezamen met de door eiser overgelegde documenten zijn voldoende om zijn herkomst en nationaliteit aannemelijk te achten en zo niet, dan geven deze voldoende aanleiding voor het laten verrichten van een taalanalyse. Eiser wijst in dit kader onder meer op de samenwerkingsplicht van verweerder en de uitspraak van de Afdeling van 21 juli 2014. [7]
(family) residence cardsdie een rol spelen in het dagelijks leven in Eritrea. Nu van een meerderjarige leeftijd mag worden uitgegaan, heeft verweerder kunnen overwegen dat van eiser mocht worden verwacht dat hij deze documenten kan overleggen. Ook heeft verweerder hierbij mogen betrekken dat eiser een met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt bevonden geboorteakte heeft overgelegd en hij in Italië onder een andere geboortedatum geregistreerd staat. Gelet hierop heeft verweerder de omstandigheden dat eiser talen spreekt die in Eritrea worden gesproken en juist heeft geantwoord op herkomstvragen onvoldoende kunnen achten om de nationaliteit en herkomst geloofwaardig te achten. Verweerder heeft bovendien daarbij terecht overwogen dat herkomstvragen van te voren kunnen worden voorbereid en dat de talen die eiser spreekt ook in buurlanden gangbaar zijn.