ECLI:NL:RVS:2023:1865
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toewijzing proceskosten in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 februari 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een onmiddellijke vertrekopdracht uit de Europese Unie op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 mei 2023 besloten dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). De uitspraak werd in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems, in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.