ECLI:NL:RBDHA:2023:5370
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning voor lagere hekwerken dakterrassen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan vergunninghoudster heeft verleend voor het vervangen van de hekwerken van dakterrassen. De vergunning betreft lagere hekwerken dan de bestaande hogere hekwerken die eiser wil handhaven.
De rechtbank beoordeelt ambtshalve het procesbelang van eiser en oordeelt dat het doel van eiser - handhaving van de bestaande hogere hekwerken - niet kan worden bereikt met het beroep tegen het bestreden besluit, omdat alleen de ingediende aanvraag met lagere hekwerken kan worden beoordeeld en een rechter een aanvrager niet kan verplichten de aanvraag te wijzigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser verzoekt om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de procedure bij de rechtbank 22 maanden duurde, wat 4 maanden langer is dan de redelijke termijn, en kent eiser een vergoeding van €500 toe, te betalen door de Staat.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van €10,18 aan proceskosten voor de reiskosten van eiser. Het griffierecht wordt niet teruggegeven omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en eiser krijgt een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.