ECLI:NL:RBDHA:2023:3754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning EU-beroepskwalificaties voor ongeüniformeerd persoonsbeveiliger
Eiser vroeg erkenning van zijn in het Verenigd Koninkrijk en Polen behaalde beroepskwalificaties om in Nederland als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger te mogen werken. Verweerder wees de aanvraag af omdat de buitenlandse opleidingen niet gelijkwaardig zijn aan de Nederlandse opleiding. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft afgewezen, mede op basis van adviezen van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
Eiser stelde dat verweerder onterecht geen compensatiemaatregel (proeve van bekwaamheid) heeft aangeboden en dat het verbod op reformatio in peius is geschonden. De rechtbank verwierp deze bezwaren, omdat het verschil in opleidingsniveau te groot is en verweerder het bezwaar correct heeft behandeld zonder verslechtering van de positie van eiser.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en verzoeken om schadevergoeding wegens gederfde inkomsten en overschrijding van de redelijke termijn werden afgewezen. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de erkenning van EU-beroepskwalificaties wordt ongegrond verklaard.